zaterdag 13 maart 2010

Papadag

Zowel Wouter Bos als Camiel Eurlings stappen (voorlopig) uit de politiek omdat ze meer tijd willen hebben voor hun gezin. Ik gun hun en hun familie dat van harte. Het lijkt mij goed voor het gezin en de kinderen als ze een papa hebben die zo betrokken is bij ze. Heerlijk, voetballen in de tuin, de eendjes voeren in het park, voor het eerst met de kinderen naar groep 1, tranende ogen als je oogappel zijn jasje op de kapstok hangt en in de klas loopt, verdwijnt uit je leven en na vier uur terugkomt met verhalen over de tekening die hij gemaakt heeft van papa en mama bij de boom, de glimlach als hij voor het eerst papa spelt met zijn letterblokken, verhaaltjes voorlezen voor het slapengaan.
Bos en Eurlings zijn de emancipatoire voorbeelden van nu. Maar, laten we wel zijn, zij kunnen dat omdat ze een goudgerande regeling hebben. Ze hoeven niet te solliciteren, niet naar het Werkplein, hoeven niet in een reïntegratietraject en houden voor zes jaar hun wachtgeldregeling. Voor de vrachtwagenchauffeur of de financial-manager die ook meer tijd wil voor zijn gezin en kinderen is het toch een stuk moeilijker. En een bijstandsvader mag geen eens tijd hebben voor zijn gezin en kind, die moet gewoon werken. Kamerleden worden pas echt voorbeelden van emancipatie als ze een wet maken waarbij ook de vader met een kleiner inkomen, de modalen, de scharrelaars, de mogelijkheid krijgen om een tijd met hun kind samen te zijn.

woensdag 3 maart 2010

Stem

Vandaag mag ik weer kiezen voor de gemeenteraad. Volgens ex-minister van der Laan van wijken en integratie een "feest voor de democratie". Hij begrijpt maar niet waarom toch zo weinig mensen komen stemmen.
Ik wel.
Voor gemeenteraden kun je niet tussentijds stemmen, zoals bij de Tweede Kamer. Als de regering uit elkaar ploft krijg je nieuwe verkiezingen. Als de gemeenteraad uit elkaar ploft, dan gaan ze opnieuw onderhandelen. De stemverhouding blijft dus vier jaar hetzelfde. Je zou dus verwachten dat er een mooie lange campagne aan vooraf gaat. Tenslotte staan die stemmen zeker voor vier jaar vast, dus je stem is extra belangrijk.
Nou, met die lange mooi campagne valt het nogal tegen. Dit jaar bijvoorbeeld duurde de campagne één maand. Één maand campagne, voor een stem die vier jaar geldt. Dat gegeven alleen al is beschamend voor de democratie.
Nu ben ik best politiek betrokken en wil en vraag best informatie. Ik heb gekeken naar de lokale tv, gezocht naar de kraampjes van de partijen in de straat op vrijdagen als ik naar de stad ga. Ik heb gewacht op lokale verkiezingsdebatten in de wijk, gezocht naar lokale verkiesbare voormensen die mij zouden overtuigen dat mijn stem bij hun thuishoorde. Ik heb ze niet gezien. Het enige wat ik heb ontdekt waren halfbeplakte stemborden, die vanwege de kou binnen waren beplakt en daarna naar buiten gezet.
Ik zou van geen enkele partij weten wat ze nou met mijn stad willen doen in die vier jaar. Er moet vanwege de crisis door de gemeente enorm bezuinigd worden. Het is er niet over gegaan. De halve stad ligt open. Komen al die kantoren er nog? Komen er meer fietsklemmen? Hoe moet het met de werkloosheid? Gaan we andere criteria gebruiken bij het aanbesteden van de thuiszorg, of willen we het een soort tweede schoonmaakbranche maken? Hoe gaat mijn stad om met het Wilderiaanse humeur van Nederland? Nergens een lokale politicus met een visie betrapt. Het gaat niet over belangrijke problemen van de stad. De lokale politici hebben een vinger voor hun mond. Een maand zwijgen en dan weer lekker college-overleg. Een feest voor de democratie? Eerder een stille tocht.
Tja, vanochtend toch maar met mijn stempas en paspoort naar het stembureau gegaan. Een soort burgerplicht, niets meer. Ik heb niet het gevoel dat het er iets toe doet deze keer, of ik stem en waarop ik stem. De ideeën, de visies, het gevoel dat jouw stem van invloed is, dat je voor vier jaar gaat bepalen, samen met de andere inwoners van je stad, hoe de stad eruit gaat zien, het is verdwenen. Stemmen is als een mistige maandagochtend. Eigenlijk had je liever gewoon in bed willen blijven.

zaterdag 5 december 2009

Tsunami

Je kunt veel van Wilders vinden. En ik vind dat behalve zijn denkbeelden ook zijn taal vulgair is. Zijn zinnen zijn laag-bij-de-gronds en vuig. Het ontbeert redelijkheid, elk spoor van mogelijkerwijs is eruit verdwenen. Mensen zijn knettergek, boeken zijn fascistisch. Wilderiaans is niet mooi, het is gespeend van enige vorm van nuance, zoekend naar de übertreffende trap. Wilders is de Wagner van het Nederlands, al zijn woorden zijn fortississimo.
Uitspraken van politici blijven nogal eens hangen en worden in allerlei andere contexten gebruikt. Zo is Wim Kok de bedenker geweest van het nietszeggende: "Ik herken mij niet in uw kritiek." Hij zei dit tijdens een Srebrenica-debat. Overal hoor je nu "Ik herken mij niet in..." terug. Handig, want je zegt niet dat iets niet waar is, je zegt alleen dat je het niet herkent. Terwijl het toch klinkt als een ontkenning. Als onverhoopt uit andere bronnen blijkt dat iets toch waar is, kun je altijd reppen over "Voortschrijdende inzichten."
Jammer genoeg gebeurt iets dergelijks ook met de uitspraken van Wilders. Vandaag las ik de Volkskrant over het onderwijs: "[...] de tsunami van negatieve kritiek". Een Wilderiaanse zin in optima forma. Zo raakt de nuance ook in andere debatten langzamerhand ondergesneeuwd in 'een tsunami van Wilderiaans effectbejag'.

maandag 27 juli 2009

Doe mij maar een Elektronisch-Patiënten-Dossier!

Sinds een maand ben ik verhuisd en moet ik een nieuwe huisarts. In Utrecht, waar ik woon, is de huisartsenkeuze niet vrij, maar bepaalt je postcodegebied bij welke huisartsen je je mag aanmelden. Met het verhuizen van mijn huisarts moet ook mijn dossier verhuisd worden. Daarover gebeld met mijn oude huisartsenpraktijk en na twee weken zou ik het kunnen komen afhalen.
Na die twee weken ga ik op de fiets naar mijn oude huisartsenpraktijk. Bij de balie liggen een stapel patiëntendossiers in enveloppen, zie ik. Ik moet aangeven wat ik kom doen bij de balie en iedereen achter mij kan horen dat ik mijn patiëntendossier kom halen. Ik moet mijn paspoort laten zien. Na wat administratief gedoe omdat de kopieermachine niet werkt krijg ik mijn dossier, in een envelop. Niet verzegeld of wat, gewoon dichtgevouwen. 'Medische gegevens' staat erop geschreven, met mijn naam, zodat iedereen die hem ziet weet wat er in zit. Ik stop hem in mijn schoudertas en ga naar buiten.
Nu ik hier toch ben, kan ik net zo goed wat andere dingen doen. Timemanagement en zo. Met mijn dossier in mijn tas ga ik naar de Gamma en de AH. Ik koop een nieuwe massagedouchekop, je blijft maar dingen doen als je gaat verhuizen, en inkopen voor moussaka. Met mijn schoudertas deinend op mijn rug fiets ik naar huis door het drukke centrum van Utrecht. En mijn patiëntendossier? Dat ligt nu in mijn 'postvak in' op mijn bureau, want mijn nieuwe huisarts is de komende weken met vakantie.
Doe mij maar een elektronisch patiëntendossier. dat lijkt me stukken veiliger.

zondag 19 juli 2009

Women's fiction

De boekwinkel ligt vol met pastels, krulletters en roze kaften, want onderzoek heeft uitgewezen: de lezer is een vrouw. Zelfs de literatuur wordt er voor opgerekt.
"je ziet hem overal[ ...] schrijver Paolo Giordano van De eenzaamheid van de priemgetallen, een van de best verkopende 'vrouwenboeken' van het moment. [...] Vorig jaar prijkten drie boeken van de Bezige Bij boven aan de bestsellerlijsten: De Vliegeraar van Khaled Hosseini, Eten, bidden en beminnen van Elizabeth Gilbert en Duizen schitterende zonnen[ ...]. 'Drie echte vrouwenboeken' volgens (Arend) Hosman van de Bezige bij.", in de Volkskrant van 18 juli. Welja.
Ik heb drie van die vier boeken gelezen, en dat zijn geen vrouwenboeken, maar gewone romans. Helaas is het boek in de handen gevallen van marketingmedewerkers en wordt het niet meer beoordeeld op zijn literaire kwaliteiten, maar op hoe het bij de doelgroep valt, zo blijkt uit het artikel uit de Volkskrant. "Vraag één in een gesprek tussen redacteur en marketingmedewerker is altijd: wat is de doelgroep? Dat gaat om leeftijd, maar belangrijker nog: sekse." Regelmatig is het antwoord dan onbetwist: vrouw."
"De kaft van Gilbert, zachtroze en geel, is gemaakt door twee jonge vrouwelijke vormgevers[ ...]. 'We verpakken iets voor een doelgroep, en in de praktijk is dat of neutraal of vrouwelijk.' "

En het is waar, mannen hebben in hun houtaine houding de literatuur laten versloffen en nu is het overgenomen door vrouwen. De Science Fiction is verworden toch lieftallige schrijverij over elfjes, romans worden verpakt in zachtgele kaften om de diepere neuronen van het vrouwenbrein aan te spreken en zelfs het laatste mannenbolwerk, de thriller, is volledig vertrut door de Esther Verhoefs van deze wereld, waardoor we ons nu door honderden bladzijden polderthiller moeten worstelen, waarin zelfs geen pistoolschot gelost wordt, laat staan dat er nog iets van testoreron in de ontdekken valt. Nu zelfs mannen vrouwenboeken zijn gaan schrijven over hoe ze bij de dokter komen, moeten we maatregelen nemen, voor het zover is dat alle schappen van de Selexyz vol liggen met modieuze roze chicklits over het kopen van schoenen en thrillers met detectives in de overgang. Wij mannen moeten ons hokje in de literatuur met hand en tand verdedigen tegen de oprukkende feminisering van het boek. Wij eisen onze eigen boekenkast in de winkel! Te wapen!

vrijdag 8 mei 2009

Holocust monument

Een meisje en een jongen zitten op een zuil. Twee kindjes spelen verstoppertje. Ze gillen van plezier terwijl ze langs de zuilen rennen. Mensen lopen in stilte rond. Een Japans meisje maakt polaroids. Een groep toeristen loopt door de zuilen. Een gids praat Italiaans, ik neem aan over 6 miljoen doden. Ik zit in lotushouding op een zuil en hou twee minuten stilte. Twee minuten die ik vier mei vergeten ben. Ik ben stil en probeer mijn gedachten ook stil te houden, twee minuten lang. Auto's passeren. Een bus remt voor het stoplicht. Een moeder neemt de twee kindjes mee. Iemand huilt.

donderdag 7 mei 2009

Autonoom

De linkse beweging uit Duitsland ken ik als erg radicaal. De RAF en Baader-Meinhof zijn er uit voortgekomen en hier in Berlijn waren op 1 mei weer rellen. Toch fascineerd me die beweging wel, met zijn kunstenaarshuizen en krakersfeesten. Niet dat ik daarheen durf, maar van buiten vind ik het allemaal erg interessant.
Vandaag kwam ik weer langs zo'n krakersgebouw, met restaurant en radicaal overspoten caravans in de tuin en vier verdiepingen met kunstenaars. Omdat er nog een groepje mensen naar binnen ging die duidelijk niet bij de krakers- dan wel kusntenaarscene hoorden, durfde ik in het kielzog mee te lopen. Het gebouw was van binnen volledig overspoten met kunstzinnige graphics, kleuren en kreten. Het zag er heel echt squaty uit. :) Van de kunstenaars was er een witrus, die aangekondigd werd buiten als zijn tentoonstelling op de vierde verdieping. Maar de andere kunstnaars uit het gebouw hadden hun kamerdeuren ook opengezet en je kon naar binnen terwijl ze aan het schilderen waren. De kunst van de witrus vond ik zelf te euh te. Te te. Enorm grote doeken met vooral enorm veel erop. Hij wil chaos portreteren in zijn kunst, en dat lukt wel, maar voor mij is het overdonderend veel te veel. Daarna ben ik in de tuin gaan zitten en heb er gegeten en naar TripHop geluisterd.